Rust
op je boerderij
Je werkt keihard op de boerderij.
Je wilt er een succes van maken want het is jouw toekomst, maar er zijn zoveel factoren die dat moeilijk maken, dat je je regelmatig gefrustreerd voelt. Het overleg, het feit dat je wel alleen boert, maar niet alle dingen (zoals investeringen) waarvan je weet dat ze goed zouden zijn kunt doorvoeren, naast de enorme regeldruk.
Het voelt alsof je met je handen op je rug probeert te bouwen aan je bedrijf. Je merkt dat je er moe van begint te worden, dat je elke dag je energie bij elkaar aan het schrapen bent om het werk te doen wat nodig is. Je bent bang dat je te hard werkt en jij kunt niet omvallen want dan valt het bedrijf om.
Herken je dit?
Besluiteloosheid –Visie
Je hebt echt wel een visie waar je naartoe wilt met je bedrijf. Toch voer je de besluiten die je zou willen nemen niet door, waarom? Omdat het de erfenis is van je ouders, je wilt respecteren wat je ouders hebben opgebouwd, achteraf geen verwijten krijgen dat je te eigenwijs bent geweest en hun raad niet hebt opgevolgd. Daarnaast twijfel je ook of je het wel goed ziet. Je doet het dus niet. Je voelt de spanning van niet ingrijpen, je ziet dat het zo verkeerd gaat. Het is een onmogelijke opgave en degene die er last van heeft ben jij. Je voelt de spanning dag in en dag uit.
Piekeren –’s nachts wakker liggen
Om half 3 ’s nachts knip je het lampje aan van je nachtkastje. Je ligt wakker, te piekeren over besluiten over je bedrijf. Je pakt je telefoon of pen en papier om ideeën uit te werken hoe het beter kan. Als alles op papier staat ben je zo bekaf en val je toch nog een paar uur in slaap. Je moet vroeg het bed weer uit.
Tegenvallers –omgeving
De financiën vallen tegen, de oogst is niet goed, de gezondheid van de dieren gaat achteruit. Als je dat ziet, word je zo kwaad van binnen en opgefokt. Je weet hoe het moet en je hebt al eerder voorgesteld om het anders te doen. De resultaten beter kunnen zijn, als je maar de veranderingen zou kunnen doorvoeren. Je ouders gaan ervoor liggen of adviseurs zeggen het niet te doen. Dat is leuk en aardig maar jij zit met de gebakken peren.
Herken je dit?
Besluiteloosheid –Visie
Je hebt echt wel een visie waar je naartoe wilt met je bedrijf. Toch voer je de besluiten die je zou willen nemen niet door, waarom? Omdat het de erfenis is van je ouders, je wilt respecteren wat je ouders hebben opgebouwd, achteraf geen verwijten krijgen dat je te eigenwijs bent geweest en hun raad niet hebt opgevolgd.
Daarnaast twijfel je ook of je het wel goed ziet. Je doet het dus niet. Je voelt de spanning van niet ingrijpen, je ziet dat het zo verkeerd gaat. Het is een onmogelijke opgave en degene die er last van heeft ben jij.
Je voelt de spanning dag in en dag uit.
Piekeren –’s nachts wakker liggen
Om half 3 ’s nachts knip je het lampje aan van je nachtkastje.
Je ligt wakker, te piekeren over besluiten over je bedrijf. Je pakt je telefoon of pen en papier om ideeën uit te werken hoe het beter kan.
Als alles op papier staat ben je zo bekaf en val je toch nog een paar uur in slaap.
Je moet vroeg het bed weer uit.
Tegenvallers –omgeving
De financiën vallen tegen, de oogst is niet goed, de gezondheid van de dieren gaat achteruit. Als je dat ziet, word je zo kwaad van binnen en opgefokt. Je weet hoe het moet en al eerder voorgesteld hebt om het anders te doen.
De resultaten beter kunnen zijn, als je maar de veranderingen zou kunnen doorvoeren.
Je ouders gaan ervoor liggen of adviseurs zeggen het niet te doen.
Dat is leuk en aardig maar jij zit met de gebakken peren.
Hoe voel jij je dan?
Onmacht?
Op het moment dat je aan het werk bent in het agrarisch bedrijf, voel je je niet meer zo goed als voorheen.
Je voelt de onmacht en je denkt bij alles, houd ik het wel vol om alles overeind te houden?
Je wilt nog steeds je toekomst opbouwen, maar bij alle handelingen die je doet voel je de twijfel of het nog wel gaat lukken.
De Kern Oorzaak van het probleem
Je hebt een agrarische coach of adviseur in de arm genomen om de boerderij te kunnen runnen, maar wat die aanreikt betekent vaak dat je nog harder moet werken. ’t Gaat alleen maar om de cijfers en praktische dingen maar komt niet tot de kern. Intussen heb je het gevoel dat je al die extra ingrepen niet aankunt, dat trek je niet meer.
Waar haal ik de energie vandaan?
Er kan geen een tegenslag meer bij en toch zal er nog een komen.
Bonje met je ouders, mislukte oogst, brand op je erf, tractor die het niet meer doet of ziekte bij de dieren. Op het moment dat dat gebeurt zit je er helemaal doorheen en houd je iedereen op afstand.
Je schaamt je ervoor, dus je slikt het weg en gaat weer door.
Hoelang hou jij dit nog vol?
Als je zo doorgaat, hou je dit niet vol. Zo kan het niet langer.
Dan gaat het een keer mis op de boerderij.
De rekeningen blijven komen.
Je wilt jezelf, je ouders en je partner niet verliezen.
Zo wil je het niet laten eindigen.
Er moet toch een oplossing zijn?

